Vijf Shakespeare-Liederen

Song Cycle by Petrus Leonardus Leopoldus "Peter" Benoit (1834 - 1901)

Word count: 427

1. Langs waar komt het lustbegin? [sung text not yet checked]

Langs waar komt het lustbegin
van de heilge zoete min,
's menschen leven kittlend in
langs de ziel of langs den zin?
Straalt het uit een vonklend oog
in een ander stralend oog ?
Sterft in 't oog het minbetoog,
waar het eens zoo warm uit vloog? --
Dat de doodenklok dan bromm'...
Ik begin al: bam, bim, bom!

CHOOR:
 Bam, bim, bom!

Gij, niet door den schijn misleid,
tracht naar geene nieuwigheid,
neem de zoete aanminnigheid,
die u niets dan vreugd bereidt.
Is uw hartewensch voldaan,
waarom blijft ge koeltjes staan?
Zoekt ge lust op uwe baan,
spreek uw lief dan kussend aan.
Dat de levensklokke bromm'...
Ik begin al: bam , bim, bom !

CHOOR
 Bam, bim, bom!

Authorship

Based on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

2. De leeuwerk zingt [sung text not yet checked]

CLOTEN
Hoor, hoor! de leeuwerk zingt aan 's hemels deur,
de zonne beurt zich op,
heur' stralen zuigen dauw en geur
uit eiken bloemenknop.
Zie, zie! het madeliefje schudt zoo frisch
uit 't gouden oog den vaak,
en alles lacht wat lieflik is,
mijn liefje zoet, ontwaak!

Authorship

Based on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

2. Kom alhier, kom alhier, dood! [sung text not yet checked]

Kom alhier, kom alhier, dood! 
en begraaf in cipressen mijn lijf;
neem mijn hert, neem mijn hert, dood! 
't is gekwetst door een liefelik wijf. 
Breng rosmarijn om 't doodenkleed
        te bewrijven. 
Getrouw der liefde1, al moordt ze wreed,
        wil ik blijven.

Geene bloem, geene bloem zoet
zij gestrooid op mijn akelig graf.
Niet een vriend , niet een vriend groet
mijn gebeente in het akelig graf.
Wat baat me 't jammren van 'nen vriend,
        'k wil er geenen; 
als trouwe liefde mijn graf niet vindt
        om te weenen.

Authorship

Based on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

3. Trek de lippen vol venijn [sung text not yet checked]

Trek de lippen, vol venijn,
trek ze weg, die mij belogen;
wend van mij den oogenschijn ,
't licht, dat heeft mijn hart bedrogen,
Doch mijn' kussen breng ze weer ,
           breng ze weer! 
Valsche liefde geldt niet meer,
           geldt niet meer!

O, bedek die heuvels, sneeuw
rijzend op den killen boezem,
waarop knopkens, tot mijn wee,
prijken als der rozen bloezem,
Doch geef eerst mijn herte weer,
           geef het weer!
't lijdt in uwe macht zoozeer,
           't lijdt zoozeer!

Authorship

Based on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

5. O, meisjes, zucht niet ach en wee [sung text not yet checked]

O, meisjes, zucht niet ach en wee,
  verleiders zijn de mannen!
een voet op 't strand, een voet in zee, 
  zij hebben de trouw gebannen! 
      Dus laat ze gaan,
      stort geenen traan,
  vreest niet de vreugd te vieren,
maar heft een lustig liedjen aan 
  van hopsa falderaliere!

Stemt geene deuntjes droef en dom,
  wat baat u 't bitter treuren,
is niet der mannen handel krom,
  sints bloemen fleuren en geuren?
      Dus laat ze gaan,
      stort geenen traan,
  vreest niet de vreugd te vieren,
maar heft een lustig liedjen aan:
  van hopsa falderaliere! 

Authorship

Based on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]