The LiederNet Archive
WARNING. Not all the material on this website is in the public domain.
It is illegal to copy and distribute our copyright-protected material without permission.
For more information, contact us at the following address:
licenses (AT) lieder (DOT) net

Die Nonne

Language: German (Deutsch)

Es liebt' in Welschland irgendwo
Ein schöner junger Ritter
Ein Mädchen, das der Welt entfloh,
Troz Klosterthor und Gitter;
Sprach viel von seiner Liebespein,
Und schwur, auf seinen Knieen,
Sie aus dem Kerker zu [befreyn]1,
Und stets für sie zu glühen.
 
"Bey diesem Muttergottesbild,
Bey diesem Jesuskinde,
Das ihre Mutterarme füllt,
Schwör' ich's dir, o Belinde!
Dir ist mein ganzes Herz geweiht,
So lang ich Odem habe,
Bei meiner Seelen Seligkeit!
Dich lieb' ich bis zum Grabe."
 
Was glaubt ein armes Mädchen nicht,
Zumal in einer Zelle?
Ach! sie vergaß der Nonnenpflicht,
Des Himmels und der Hölle.
Die, von [den Engeln]2 angeschaut,
Sich ihrem Jesu weihte,
Die reine schöne Gottesbraut,
Ward eines Frevlers Beute.
 
Drauf wurde, wie die Männer sind,
Sein Herz von Stund' an lauer,
Er überließ das arme Kind
Auf ewig ihrer Trauer,
Vergaß der alten Zärtlichkeit
Und aller seiner Eide,
Und flog, im bunten Gallakleid,
Nach neuer Augenweide;
 
Begann mit andern Weibern Reihn,
Im kerzenhellen Saale,
Gab andern Weibern Schmeichelein,
Beim lauten Traubenmahle.
Und rühmte sich des Minneglücks
Bei seiner schönen Nonne,
Und jedes Kusses, jedes Blicks
Und jeder andern Wonne.
 
Die Nonne, voll von welscher Wuth,
Entglüht' in ihrem Muthe,
Und sann auf nichts als Dolch und Blut,
Und [schwamm in lauter]3 Blute.
Sie dingte plözlich eine Schaar
Von wilden Meuchelmördern,
Den Mann, der treulos worden war,
Ins Todtenreich zu fördern.
 
Die bohren manches Mörderschwert
In seine schwarze Seele;
Sein schwarzer, falscher Geist entfährt,
Wie Schwefeldampf der Höhle;
Er wimmert durch die Luft, wo sein
Ein Krallenteufel harret.
Drauf ward sein blutendes Gebein
In eine Gruft [verscharret]4.
 
Die Nonne flog, wie Nacht begann,
Zur kleinen Dorfkapelle,
Und riß den wunden Rittersmann
Aus seiner Ruhestelle,
Riß ihm das Bubenherz heraus,
[Recht ihren Zorn zu büßen,
Und trat es, daß das Gotteshaus
Erschallte, mit den Füßen.]5
 
Ihr Geist soll, wie die Sagen gehn,
In dieser Kirche weilen,
Und, bis im Dorf die [Hahnen]6 krähn,
Bald wimmern und bald heulen.
Sobald der [Seiger]7 zwölfe schlägt,
Rauscht sie, an Grabsteinwänden,
Aus einer Gruft empor, und trägt
Ein blutend Herz in Händen.
 
Die tiefen hohlen Augen sprühn
Ein düsterrothes Feuer,
Und glühn, wie Schwefelflammen glühn,
Durch ihren weißen Schleyer.
Sie gafft auf das zerrißne Herz,
Mit wilder Rachgeberde,
Und hebt es dreymal himmelwärts,
Und wirft es auf die Erde;
 
Und rollt die Augen voller Wuth,
Die eine Hölle blicken,
Und schüttelt aus dem Schleyer Blut,
Und stampft das Herz in Stücken.
Ein [dunkler]8 Todtenflimmer macht
Indeß die Fenster helle.
Der Wächter, der das Dorf bewacht,
Sah's [oft in der Kapelle]9.


Translation(s): CAT DUT ENG FRE

List of language codes

View original text (without footnotes)

Confirmed with Ludwig Christoph Heinrich Hölty's Sämtliche Werke kritisch und chronologisch herausgegeben von Wilhelm Michael, Erster Band, Weimar, Gesellschaft der Bibliophilen, 1914, pages 134-137; with Gedichte von Ludwig Heinrich Christoph Hölty, mit Einleitung und Anmerkungen herausgegeben von Karl Halm, Leipzig: F.A. Brockhaus, 1870, pages 22-24; with Gedichte von Ludewig Heinrich Christoph Hölty. Besorgt durch seine Freunde Friederich Leopold Grafen zu Stolberg und Johann Heinrich Voß. Hamburg, bei Carl Ernst Bohn. 1783, pages 60-64; and with Poetische Blumenlese Auf das Jahr 1775. Göttingen und Gotha bey Johann Christian Dieterich, pages 186-190.

1 Schubert: "befreien"
2 Schubert (Neue Gesamtausgabe): "dem Engel"
3 Voß' editions, and Schubert: "träumte nur von"
4 Schubert: "verscharrt"
5 Voß' editions since 1804, and Schubert:
Und warf's, den Zorn zu büßen,
Daß dumpf erscholl das Gotteshaus,
Und trat es mit den Füßen.
6 Schubert (Alte Gesamtausgabe): "Hähne"
7 Schubert: "Hammer"
8 Schubert (Alte Gesamtausgabe): "bleicher"
9 Michael's edition 1914: "in der Landcapelle"

Submitted by Richard Morris and Sharon Krebs [Guest Editor] and Peter Rastl [Guest Editor]

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)

Available translations, adaptations or excerpts, and transliterations (if applicable):

  • CAT Catalan (Català) (Salvador Pila) , "La monja", copyright © 2018, (re)printed on this website with kind permission
  • DUT Dutch (Nederlands) [singable] (Lau Kanen) , "De non", copyright © 2011, (re)printed on this website with kind permission
  • ENG English (Sharon Krebs) , "The nun", copyright © 2017, (re)printed on this website with kind permission
  • FRE French (Français) (Guy Laffaille) , "La nonne", copyright © 2011, (re)printed on this website with kind permission


Text added to the website between May 1995 and September 2003.

Last modified: 2018-02-05 07:59:45
Line count: 88
Word count: 419

Gentle Reminder
This website began in 1995 as a personal project, and I have been working on it full-time without a salary since 2008. Our research has never had any government or institutional funding, so if you found the information here useful, please consider making a donation. Your gift is greatly appreciated.
     - Emily Ezust

De non

Language: Dutch (Nederlands) after the German (Deutsch)

Eens mind' een Franse jongeling
- Een knappe jonge ridder -
Een meisje dat in 't klooster ging;
Ondanks1 tralies haar aanbidder.
Veel sprak hij over liefdespijn,
En zwoer op dood en leven:
"Lang zal zij niet gevangen zijn2,
En ik blijf om haar geven.
 
Bij hier dit Lieve-Vrouwe-beeld,
En Jezus, die beminde,
Die lieflijk in haar armen speelt,
Zweer ik 't jou, o Belinde!
Jou is mijn hele hart gewijd,
Zolang 'k zal ademhalen;
Jij blijft mijn ziel en zaligheid,
Tot ik in 't graf zal dalen.
 
Zoiets gelooft een meisje licht,
Als zij zit opgesloten.
Ach, zij vergat haar nonnenplicht,
De kleine en de grote.
Zij die, als reine bruid van God,
Zich aan haar Jezus wijdde,
- Hoe vreesden eng'len voor haar lot, -
Liet zich door 'n schurk verleiden.
 
Want lang heeft hij haar niet bemind,
- je ziet het vaak gebeuren -,
Kreeg snel genoeg van 't arme kind;
Liet haar voor eeuwig treuren.
Weg was zijn vroeg're tederheid,
Loos bleken al zijn eden:
Hij vluchtte in lichtzinnigheid,
Naar nieuwe 'bezigheden'.
 
Zag and're vrouwen liever staan
In schaars verlichte zalen,
Sprak and're vrouwen vleiend aan
Bij luide feestgelagen,
En pochte op zijn vrijerskunst
Bij zijn3 mooie kloosterzuster,
Op ied're blik en elke gunst,
En hoe hij had gekust 'r.
 
De non, ja, kreeg een bitt're smaak,
Ontstak in grote woede.
Zij dacht aan niets dan dolk en wraak
En droomde slechts van bloeden.
Zij huurde plotseling een club
Van lui die bloed nooit stelpen,
Om hem, die trouweloze yup,
Naar 't dodenrijk te helpen.
 
Die boorden menig dood'lijk zwaard
Diep in zijn ziel, die rotte.
Zijn geest leek bij zijn hellevaart
Op zwaveldamp uit grotten;
Vloog jamm'rend door de lucht, naar 't rijk
Der kromgeklauwde duivels.
Daarna wierp men 't bebloede lijk
In een4 grafkuil bij de heuvels.
 
De non vloog naar de dorpskapel
In 't duister van de avond,
En rukte uit zijn graf weer snel
De ridder, zwaar gehavend.
Zijn boevenhart trok zij er uit,
Smeet 't neer, als moest het boeten;
Het plofte dof in 't bedehuis,
Zij trad het met de voeten.
 
Haar geest moet, naar de sage weet,
In deze kerk verwijlen,
En heel de nacht, tot de5 hanenkreet,
Soms jamm'ren, dan weer huilen.
Zodra de hamer twalef slaat,
Schiet zij, langs grafsteenwanden,
Prompt uit een graf omhoog, en draagt
Een bloedend hart in handen.
 
Haar hol gelaat ontbrandt meteen,
Rood vuur gaan d' ogen sproeien,
Die door haar witte sluier heen
Als zwavelvlammen gloeien.
Zij staart naar het verscheurde hart,
Maakt wilde wraakgebaren,
En heft het driemaal hemelwaarts,
Werpt dan het op de aarde.
 
En rolt met d' ogen, dolverwoed,
- zij laat de hel aanrukken -
En schudt dan uit haar sluier bloed,
En stampt het hart in stukken.
Een bleekwit doodsgeflikker maakt
Intussen licht de vensters.
De wachter, die het dorp bewaakt,
Zag vaak 't gevlam der gensters.


IMPORTANT NOTE: The material directly above is protected by copyright and appears here by special permission. If you wish to copy it and distribute it, you must obtain permission or you will be breaking the law. Once you have permission, you must give credit to the author and display the copyright symbol ©. Copyright infringement is a criminal offense under international law.

View original text (without footnotes)
1 Ondanks: te zingen op twee achtsten
2 Schubert wijkt door befreien i.p.v. befrei'n hier, ook ritmisch, af van het rijmwoord; zijn kan daarom desgewenst vervangen worden door zitten.
3 Bij zijn: te zingen op twee zestienden
4 In een:te zingen op twee achtsten
5 Tot de: te zingen op twee zestienden

Authorship

  • Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2011 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., you may ask the copyright-holder(s) directly or ask us; we are authorized to grant permission on their behalf. Please provide the translator's name when contacting us.

    Contact:

    licenses (AT) lieder (DOT) net
    (licenses at lieder dot net)



Based on

 

Text added to the website: 2011-10-23.
Last modified: 2014-06-16 10:04:39
Line count: 88
Word count: 481