by Christiaan Louis Schepp (1876 - 1948), as Jan Prins

De bruid
Language: Dutch (Nederlands) 
De lucht, over de jonge dag,
Was helderder dan ooit.
Iets ongewoon-verblijdends lag
In weide en veld gestrooid.
De torenklok zong, wat ze kon,
De vlaggen staken uit:
De bruigom was de lentezon
En Holland was de bruid.

Ze was des morgens opgestaan,
Een ranke, frisse meid.
Ze deed haar gazen sluier aan
van dunne dauwigheid.
Ze stak zich van de perenboom
De bloesem in het haar,
Die witter dan een winterdroom
is,- wonder, wonderbaar.

Ze deed een gladde gordel om
van zilverig allooi,
van zuiveren waterglans, - wat glom
die ronde gordel mooi! 
Toen hechtte ze als een donzen vacht
aan haar satijnen kleed
de schuimrand die de zee haar bracht.
Toen was de bruid gereed.

Een ooievaar trad op de deel, 
gewichtig, met zijn stok.
De merel was in zwart fluweel, 
de zwaluw kwam in rok.
Toen keken, daar 't zó prachtig was --
En Holland is de bruid --
De madeliefjes in het gras
Haar gouden oogjes uit.

De bruigom is een edel man,
De bruid is jong en sterk.
Daar komen schone kinders van
En blijdschap bij het werk.
De bruid, - waar zag men weker leest,
Een vriendelijker mond, -
De bruid, - die maakten zeewind meest
En ruimte zo gezond.

Nu komt ze met haar lief gezicht
de bruigom tegemoet.
Wat is de hemel wijd en licht,
Wat is het leven goed! 
De wereld is een wonderbron
van telkens nieuw geluid.
De bruigom is de lentezon
en Holland is de bruid.

L. Smit sets stanzas 1-3, 6

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)


Researcher for this text: Lau Kanen [Guest Editor]

This text was added to the website between May 1995 and September 2003.
Line count: 48
Word count: 245