o Priester, gij, die stof en aard
Language: Dutch (Nederlands) 
o Priester, gij, die stof en aard
en mensch, als ik, weleer nog waart,
maar die nu, met God zelf verrijkt,
geen mensch meer, maar aan God gelijkt,
ik bid u, luistert naar een kind,
dat u, en dat gij ook bemint:
hoe kleen ben ik, hoe groot zijt gij,
hoe hoog verheven boven mij,
hoe weerdig dat u 't menschdom eer',
die Priester zijt en immermeer
zult blijven in alle eeuwigheid,
zoo God u zelf heeft toegezeid.
o Nooit genoeg volprezen staat,
die de Englen zelf te boven gaat;
die woorden spreekt zoo God eens sprak,
wanneer Hij 't brood der hemelen brak;
die zielen helpt die niemand kan
genezen dan Gods eigen man;
die d'hemeldeuren open zet,
die satan en zijn kwaad belet:
o zegent mij, ik zwijg voortaan,
spreekt zelf mij, weerde Priester, aan,
en zegt dat gij, hoe hoog gewijd,
ons broeder en ons vriend nog zijt.
Dan dank ik God en 'k roepe blij,
zijt, Priester Gods, gegroet van mij;
blijft lange jaren leven, tot
't geluk van ons en de eer van God.

About the headline (FAQ)

Spelling change used by Van Schaik: hemelen -> heemlen

Authorship:

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive):


Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

This text was added to the website: 2012-09-25
Line count: 28
Word count: 179