by Guido (Pieter Theodoor Jozef) Gezelle (1830 - 1899)
Ik droome alreê van u, mijn kind
NOTE: the footnotes have been removed from this text; return to general view
Language: Dutch (Nederlands)
Ik droome alreê van u, mijn kind, en van de blijde dagen, de dagen, dat samen wij, en welgezind, vliegt dagen, vliegt voorbij gezwind, ons lief en leed gaan dragen. Ik droome alreê van u, mijn kind, noch late ik mij gelegen, gelegen aan al dat aardsch en bitter smaakt, dat 't lijf en 't lijf alleene raakt, en daar de geest kan tegen. Ik droome alreê van u, mijn kind, ge hebt hem doorgestreden, gestreden de nacht dien 's vijands booze hand gespreid had om 't beloofde land: gij zijt erin getreden. Ik droome alreê van u, mijn kind, en, ga ik langs de straten, de straten daar heemlijk in mijn herte weunt 't gedacht, daar al mijn hope op steunt: God zal u mij toch laten.
C. Van Rennes sets stanzas 1, 3
About the headline (FAQ)
View text with all available footnotesSpelling changes used by Van Rennes: droome -> droom; hope -> hoop
Spelling changes used by Weegenhuise: droome -> droom; heemlijk -> heimlijk
Text Authorship:
- by Guido (Pieter Theodoor Jozef) Gezelle (1830 - 1899), "Ik droome alreê" [author's text checked 1 time against a primary source]
Go to the general view
Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]
This text was added to the website: 2008-10-15
Line count: 20
Word count: 131