by Karel Lodewijk Ledeganck (1805 - 1847)

Het lied van't maagdelijn
Language: Dutch (Nederlands) 
O leeuwrik, tot de wolk gevlogen,
En daar u wieglend in den hoogen,
Hebt gij mijn' minnaar niet gezien!
„Neen, niemand noemde of wees mij dien.“

O snelle zwaluw, die gaat reizen 
Naar hagelblanke wolkpaleizen,
Zaagt gij mijn' welbeminde niet?
— Neen, nergens heb ik hem bespied.

O wouden, in wier looverzalen 
De zangbron vloeit der boschkoralen,
Weet gij, waar mijn verloofde zij?
„Neen, niemand trok alhier voorbij.“

O rotsen, in de ruimt' verheven,
Waarboven de adelaren zweven,
Hebt gij mijn' ridder niet ontwaard!
„Neen, noch den ridder, noch het paard.“

O vloed, wiens golven schuimend vlokken,
Is hij uw diepten doorgetrokken,
Mijn oorlogsman met zijn helmet?
„Uw oorlogsman [slaapt]1 in mijn bed.“

E. Tinel sets stanzas 1, 3-5

View original text (without footnotes)

Confirmed with Gedichten van K. L Ledeganck, Gent, 1868.

1 Tinel: "ligt"

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)


Researcher for this text: Johann Winkler

This text was added to the website: 2021-02-03
Line count: 20
Word count: 113