by Clemens Van der Straeten (1887 - 1961)

Epiphania
Language: Dutch (Nederlands) 
Ik droomde van een trage karavaan
die over 't effen wit der zandwoestijnen
uit Oosterlanden, zonder stille staan,
naar 't Westen toog waar Christus moest verschijnen. 

De rijkgehulde kemels stapten aan 
en olifanten torschten baldakijnen 
van purper... en ze bleven, bleven gaan
[van 's uchtends tot de zonne ging verdwijnen...]1 
 
Het nachtlijk deemstren doofde alles-dood.
Dan hield de maan verbaasd [heur]2  bleek gezicht, 
ineens, op de onverroerde zee van zand gericht,

en schrok... Drie mannen in haar spooklicht, groot
als goden uit Egypte, in wit gewaad
ten hemel heffend armen en gelaat...

View original text (without footnotes)

Confirmed with Epiphania, Vlaamsche Arbeid. Jaargang 4, 1908, page 344.

1 Bordewijk-Roepman: "Tot ’s avonds toen de zonne ging verdwijnen"
2 Bordewijk-Roepman: "haar"

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)


Researcher for this text: Joost van der Linden [Guest Editor]

This text was added to the website: 2021-03-21
Line count: 14
Word count: 92