O Moeder Gods, o Maagdenkroone
Language: Dutch (Nederlands) 
O Moeder Gods, o Maagdenkroone,
geduisterd staat uw beeld voor mij;
de zonde heerscht, o altijd Schoone,
en niets, dat heur weerspannig zij;
doch U en zal dat hevig donkren
beletten niet weêrom te flonkren
welhaast, o edel sterre Gij!

De winter woest, en wan van verwen
bedekt het rustend land tapijt;
geen bloemen meer, geen geurge gerwen,
het bietjen is zijn voedsel kwijt;
waar zijt Gij zelve, o Rijs van Jesse,
gebleven in dees wildernesse,
die immer blank en bloeiend zijt?

De zonne heft nog, half omneveld,
heur edel hoofd en ziet rondom
naar 'toveral in slaap gekneveld,
schier onontwekbaar menschendom;
zij daalt en laat ons in den duistren,
o edel Maged, zien en luistren
naar uwen blijden wederkom.

About the headline (FAQ)

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)

Settings in other languages, adaptations, or excerpts:


Researcher for this text: Johann Winkler

This text was added to the website: 2020-10-20
Line count: 21
Word count: 120