by Josef Kenner (1794 - 1868)
Translation © by Lau Kanen

Der Liedler
Language: German (Deutsch) 
Available translation(s): CAT DUT ENG FRE
"Gib, Schwester, mir die Harf' herab,
Gib mir Biret und Wanderstab,
Kann hier nicht fürder weilen!
Bin ahnenlos, bin nur ein Knecht,
Bin für die edle Maid zu schlecht,
Muß stracks von hinnen eilen!

"Still, Schwester, bist Gottlob! nun Braut,
Wirst morgen Wilhelm angetraut,
Soll mich nichts weiter halten!
Nun küsse mich, Leb, Trude, wohl!
Dies Herze, [Schmerz und Liebe voll]1,
Laß Gott den Herrn bewalten!"

- Der Liedler zog durch manches Land,
Am alten [Rhein, am]2 Donaustrand,
Wohl über Berg' und Flüsse!
Wie weit er flieht, wohin er zieht,
Er trägt den Wurm im Herzen mit,
Und singt nur Sie, die Süße!

Und er's nicht länger tragen kann!
Thät sich mit Schwert und Panzer an,
Den Tod sich zu erstreiten:
Im Tod ist Ruh! im Grab ist Ruh'!
Das Grab deckt Herz und Wünsche zu;
Ein Grab will er erreiten!

- Der Tod ihn floh, und Ruh ihn floh;
Des Herzogs Panner flattert froh
Der Heimath Gruß entgegen;
Entgegen wallt, entgegen schallt
Der Freunde Gruß durch Saat und Wald,
Auf allen Weg' und Stegen.

Da ward ihm unterm Panzer weh,
Im Frühroth glüht der ferne Schnee
Der heimischen Gebirge;
Ihm war, als zög's mit Hünenkraft
Dahin sein Herz, der Brust entrafft,
Als ob's ihn hier erwürge!

Da [mocht']3 er's fürder nicht besteh'n!
"Muß meine Heimath wiederseh'n,
Muß Sie noch einmal schauen!"
Die mit der Minne Rosenhand
[Sein]4 Herz an jene Berge band,
Die herrlichen, die blauen!

Da warf er Wehr und Waffe weg,
Sein Rüstzeug weg ins Dorngeheg',
Die liederreichen Saiten,
Die Harfe nur, der Süßen Ruhm,
Sein Klagepsalm, sein Heiligthum,
Soll ihn zurück begleiten.

Und als der Winter trat in's Land,
Der Frost im Lauf die Ströme band,
Betrat er seine Berge;
Da lag's ein Leichentuch von Eis,
Lag's vorn' und neben todtenweiß,
Wie tausend Hünen-Särge!

Lag's unter ihm, sein Mutterthal,
Das gräflich Schloß im Abendstrahl,
[Die Süße]5 d'rinn geborgen!
Glück auf, der Alpe Pilgerruh
Winkt heute Ruh dir Ärmster zu,
Zur Veste, Liedler morgen!

"Ich hab nicht Rast, ich hab nicht Ruh,
Muß heute noch der Feste zu,
Wo Milla d'rin geborgen!"
Bist [starr und]6 blaß! "Bin todtenkrank,
Heut ist noch mein! Todt, Gott sey Dank,
Todt find't mich wohl der Morgen!"

Horch Maulgetrab', horch Schellenklang
Vom Schloß herab, der Alp' entlang
Zog's unter Fackelhelle;
Ein Ritter führt, ihm angetraut,
Führt Milla heim als seine Braut:
Bist Liedler schon zur Stelle!

Der Liedler schaut' und sank in sich;
Da bricht und schnaubet wüthiglich
Ein Wehrwolf durch's Gehäge,
Die Maule flieh'n, kein [Zaum]7 sie zwingt,
Der Schecke stürzt, weh! Milla sinkt
Ohnmächtig hin im Wege. -

Da riß er sich, ein Blitz, empor
Zum Hort der Heißgeminnten vor!
Hoch auf des Unthiers Nacken
Schwang er sein theures Harfenspiel,
Daß es zersplittert niederfiel,
Und Nick und Rachen knacken.

Und wenn er [stark, denn]8 Simson wär,
Erschöpft mag er und sonder Wehr
Den Grimmen nicht bestehen!
Vom Busen, vom zerfleischten Arm,
Quillt's Herzblut nieder, liebewarm,
Schier denkt er zu vergehen.

Ein Blick auf Sie! und alle Kraft
Mit einmahl er zusammenrafft,
Die noch verborgen schliefe,
Ringt um den Wehrwolf Arm und Hand,
Und stürzt sich von der Felsenwand
Mit ihm in schwindle Tiefe. -

Fahr, Liedler, [wohl!]9 auf ewig wohl!
Dein Herze, [Schmerz und Liebe voll]1,
Hat Ruh im [Grabe funden!]10
Das Grab ist aller Pilger Ruh,
Das Grab deckt [alle Wunden]11 zu,
Macht alles Leids gesunden!

View original text (without footnotes)

Confirmed with Selam. Ein Almanach für Freunde des Mannigfaltigen, Herausgegeben von I.F.Castelli, Vierter Jahrgang 1815, Wien, gedruckt und im Verlage bey Anton Strauß, pages 42-46.

1 Schubert: "schmerz- und liebevoll"
2 Schubert: "Rhein- und"
3 Schubert: "konnt'"
4 Schubert (Alte Gesamtausgabe): "Ein"
5 Schubert: "Wo Milla"
6 Schubert: "starr, bist"
7 Schubert (Alte Gesamtausgabe): "Saum"
8 Schubert: "stark wie"
9 Schubert: "fahr"
10 Schubert: "Grab gefunden."
11 Schubert: "Herz und Wünsche"

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)

Available translations, adaptations or excerpts, and transliterations (if applicable):

  • CAT Catalan (Català) (Salvador Pila) , "El joglar", copyright © 2017, (re)printed on this website with kind permission
  • DUT Dutch (Nederlands) [singable] (Lau Kanen) , "De liedzanger", copyright © 2007, (re)printed on this website with kind permission
  • ENG English (Malcolm Wren) , "The minstrel", copyright © 2016, (re)printed on this website with kind permission
  • FRE French (Français) (Guy Laffaille) , "Le chanteur", copyright © 2012, (re)printed on this website with kind permission


Research team for this text: Emily Ezust [Administrator] , Peter Rastl [Guest Editor]

Text added to the website between May 1995 and September 2003.
Last modified: 2019-07-06 09:29:36
Line count: 102
Word count: 557

De liedzanger
Language: Dutch (Nederlands)  after the German (Deutsch) 
Pak, zusje, daar de harp eens af,
Geef mij baret en wandelstaf,
'k Kan hier niet langer blijven!
'k Heb geen verwant, ben maar een knecht,
Ben voor de eed'le meid te slecht,
'k Moet vlug van hier verdwijnen.
 
"Jij, zusje, bent goddank er uit,
Bent morgen Willems lieve bruid,
Gerust kan 'k van hier scheiden.
Geef mij een kus, Geertrui, vaarwel!
Dit hart, door liefdespijn gekweld,
Laat God de Heer 't maar leiden."
 
De zanger trok door menig land
Aan 't oude Rijn- en Donaustrand,
Ja, over bergen en stromen.
Hoe ver hij vlucht, naar welke stee,
Hij draagt de worm in 't hart toch mee,
Bezingt slechts haar, de schone.
 
Als hij 't niet langer dragen kan,
Trekt hij een zwaard en harnas aan,
Om dood zich te gaan vechten.
De dood geeft rust, ook rust het graf,
Het graf dekt hartenwensen af;
Een graf lijkt hem het rechte.
 
Geen dood vond hij, geen rust vond hij!
Het hertogsvaandel flappert blij,
Het thuisfront juicht hen tegen.
Hen tegen knalt, hen tegen schalt
De vriendengroet, tesaamgebald,
In velden, woud en wegen.
 
Toen kreeg hij onder 't pantser nood!
Ginds gloeit de sneeuw in 't morgenrood
Op 't vaderlands gebergte;
Het was als trok 't met reuzenkracht
Naar ginds zijn hart, wel zeer onzacht,
Alsof 't hem hier verwurgde.
 
Toen hield hij 't langer niet meer uit:
"Mijn vaderland, ik ben het kwijt,
Moet ééns het nog aanschouwen!"
Het bond met liefdes rozenhand
Zijn hart aan 't verre bergenland,
Het heerlijke, het blauwe!
 
Toen wierp hij schild en wapen weg,
Zijn harnas in een doornenheg;
De liederrijke snaren,
De harp alleen, waarbij hij zong,
Zijn klaaggebed, zijn heiligdom,
Daarmee wou-ie huiswaarts varen.
 
En toen de winter kwam in 't land,
Het water vastvroor aan de kant,
Betrad hij weer zijn bergen.
Daar lag 't, een lijkwade van ijs,
Verstijfd en wit, ja doodsgewijs,
Als duizend hunenzerken!
 
Beneden lag zijn vroeger dal,
Het graaf'lijk slot in d' avondval,
Met Milla erin verborgen.
"Glück auf", der Alpen pelgrimsgroet.
Zegt dat jij eerst nu rusten moet:
Naar 't feest toe, zanger, morgen!
 
"Ik heb geen rust, ik ben niet moe,
Moet nu meteen naar 't feesthuis toe,
Waar Milla zit verborgen.
"Je staart, bent bleek!" 'k Ben haast kapot,
'k Leef nog vandaag! Dood, dank zij God,
Dood vindt men mij maar morgen.
 
Hoor muilgedraaf, hoor schellenklank!
Van 't slot omlaag, de Alpwand langs
Trok 't onder fakkelschijnen.
Een ridder voert, als zoete buit,
Voert Milla mee naar huis als bruid.
Dit, zanger, moet wel schrijnen!
 
De zanger keek en kromp ineen.
Daar breekt iets woest door 't haaghout heen,
Een weerwolf komt gestoven.
De muildieren, zij vluchten blind,
Het paard stort neer. Wee! Milla zinkt
Bezwijmd neer op de bodem.
 
Toen vloog hij op, een bliksemschicht,
Als held voor 't diepbeminde wicht.
Hoog op des monsters kaken
Sloeg hij zijn dierbaar harpenspel,
Brekend in duizend splinters wel,
Dat nek en kaken kraken!
 
Zelfs als hij sterk was als een beer,
Verzwakt kan hij, en zonder speer,
De grimmige niet bedwingen.
Uit boezem en ontvleesde arm
Stroomt hartsrood bloed weg, liefdewarm,
Hij voelt de dood al dringen.
 
Een blik op haar, en alle kracht
Nog eenmaal hij te bund'len tracht,
Om het gevaar te keren!
Vecht met de weerwolf met de hand
En stort zich van de rotsenwand;
Niets kan hem nu nog deren!
 
Vaar, zanger, wel, voor eeuwig wel!
Jouw hart, door liefdespijn gekweld,
Heeft rust in 't graf gevonden!
Het graf geeft alle pelgrims rust,
Het graf dat hartenwensen sust,
Geneest ook alle wonden.

Authorship

  • Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2007 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., you may ask the copyright-holder(s) directly or ask us; we are authorized to grant permission on their behalf. Please provide the translator's name when contacting us.
    Contact: 

Based on

 

Text added to the website: 2007-11-11 00:00:00
Last modified: 2014-06-16 10:02:29
Line count: 102
Word count: 593