Attention! Some of this material is not in the public domain.
It is illegal to copy and distribute our copyright-protected material without permission. It is also illegal to reprint copyright texts or translations without the name of the author or translator.
If you wish to reprint translations, please use the Reprint Basket (upper right hand corner).
Reminder: You must always use the copyright symbol © when you reprint copyright-protected material.
Es zogen zwei rüst'ge Gesellen Zum erstenmal von Haus, So jubelnd recht in die hellen, Klingenden, singenden Wellen Des vollen Frühlings hinaus. Die strebten nach hohen Dingen, Die wollten, trotz Lust und Schmerz, Was Recht's in der Welt vollbringen, Und wem sie vorübergingen, Dem lachten Sinnen und Herz. -- Der Erste, der fand ein Liebchen, Die Schwieger kauft' Hof und Haus; Der wiegte gar bald ein Bübchen, Und sah aus heimlichen Stübchen Behaglich in's Feld hinaus. Dem Zweiten sangen und logen Die tausend Stimmen im Grund, Verlockend' Sirenen, und zogen Ihn in der buhlenden Wogen Farbig klingenden Schlund. Und wie er auftaucht vom Schlunde Da war er müde und alt, Sein Schifflein das lag im Grunde, So still war's rings in die Runde Und über die Wasser weht's kalt. Es singen und klingen die Wellen Des Frühlings wohl über mir; Und seh' ich so kecke Gesellen, Die Tränen im Auge mir schwellen - Ach, Gott, führ' uns liebreich zu Dir!
About the headline (FAQ)
View text with all available footnotesText Authorship:
- by Joseph Karl Benedikt, Freiherr von Eichendorff (1788 - 1857), "Die zwei Gesellen", appears in Gedichte, in 2. Sängerleben [author's text checked 1 time against a primary source]
Go to the general view
Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]
This text was added to the website between May 1995 and September 2003.
Line count: 30
Word count: 165
Eens togen twee dapp're gezellen Voor de eerste keer van huis, Al juichend recht in de klare, Springende, zingende baren Van 't volle voorjaar op reis. Zij streefden naar hoge dingen, Zij wilden, 'tzij zacht of hard, Iets goeds in de wereld volbrengen, En wie zij voorbij maar gingen, Werd blij van geest en van hart. De eerste, die vond een liefje; Zijn schoonma hielp hem met haar geld, Hij wiegde weldra een zoontje En keek uit een nederig woontje Genoeglijk in 't open veld. De tweede man werd bedrogen Door duizend stemmen in zee, Hem lokten sirenen, zij riepen Hem in het zuigende diepe, In de diepe stroom ging hij mee. En toen hij opdook van onder, Was hij vermoeid en al oud, Zijn scheepje, dat lag diep bedolven, Doodstil was 't wijd op de golven En over het water woei 't koud. 'k Voel springen en zingen de golven Van 't voorjaar rondom mij nu; En zie 'k van die dapp're gezellen, In d' ogen mij tranen dan wellen -- Voer, God, ons genadig tot U!
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2012 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) by Joseph Karl Benedikt, Freiherr von Eichendorff (1788 - 1857), "Die zwei Gesellen", appears in Gedichte, in 2. Sängerleben
Go to the general view
This text was added to the website: 2012-10-05
Line count: 30
Word count: 179
