Unter den rothen Blumen,
Schlummere, mein Vögelein!
Unter den rothen Blumen,
Grab' ich dich traurig ein.
Hast mir so schön gesungen,
Hab' dich so sehr geliebt!
Kehlchen hat ausgeklungen,
O wie mich das betrübt!
Als du noch sangst, hatte Rosen
Blühend der Mai geweckt.
Aber nun mit Zeitlosen
Hab' ich dich zugedeckt!
About the headline (FAQ)
View text with all available footnotes
Confirmed with Neue Naturgeschichte der Stubenvögel. Ein Lehrgedicht von Bechstein dem Jüngern , Hannover: In der Hahn'schen Hofbuchhandlung, 1846, page 290.
Text Authorship:
Go to the general view
Research team for this page: Guy Laffaille
[Guest Editor] , Sharon Krebs
[Senior Associate Editor]This text was added to the website: 2007-02-23
Line count: 12
Word count: 61
Onder de rode bloemen
slaap nu maar, jij vogel klein!
Onder de rode bloemen graven
wij treurend jouw schrijn.
Onder de rode bloemen
slaap nu maar, jij vogel klein!
Mooi heb je ons gezongen,
jij door ons zozeer bemind!
't Keeltje is nu bedwongen,
ach, hoe verdriet ons overwint!
Mooi heb je ons gezongen,
jij door ons zozeer bemind!
Toen je nog wel zong,
werden rozen door bloeiende mei gewekt,
Maar vandaag met herfsttijlozen
hebben wij jou toegedekt.
Onder de rode bloemen
slaap nu maar, jij vogel klein!