by Jacques Fabrice Herman Perk (1859 - 1881)

Sluimer
Language: Dutch (Nederlands) 
Stil! - Duizend-oogig spiegelt zich in 't meir
De nacht, en laat haar bleeken luchter beven,
Die honderd sneeuwen sluieren doet zweven
Om 't, rond de diepte rijend, rotsenheir.

En Sluimer daalt, op vlinder-wieken, neer,
Met wuivend rijs, waaraan de druppen beven,
Die, dauwend, droom en zoet vergeten geven,
En zweeft, in schaduw, peinzend heen en weêr.

En in mijn dolend hulkje, dat er glijdt
Langs 't kabblend zilver, zet hij zich; ik zie
Hem teeder-blikkend over mij gebogen.

Hij lacht mij aan, ontplooit de wieken wijd . . .
Ik hoor een sluimerende melodie,
En weet niet, wat mij lood-zwaar viel op de oogen . . . .

Authorship

Musical settings (art songs, Lieder, mélodies, (etc.), choral pieces, and other vocal works set to this text), listed by composer (not necessarily exhaustive)

Set in a modified version by Oscar van Hemel.


Researcher for this text: John Versmoren

This text was added to the website between May 1995 and September 2003.
Line count: 14
Word count: 109