Dutch (Nederlands) translations of Sechs Gesänge, opus 34
by Felix Mendelssohn (1809 - 1847)
Leucht't heller als die Sonne,
Ihr beiden Äugelein!
Bei dir ist Freud' und Wonne,
Du zartes Jungfräulein,
Du bist mein Augenschein,
Wär ich bei dir allein,
Kein Leid sollt mich anfechten,
Wollt allzeit fröhlich sein!
...
Text Authorship:
- from Volkslieder (Folksongs) , appears in Des Knaben Wunderhorn
See other settings of this text.
Nooit lichter zonlicht speelde
Dan in jouw oogjes klein!
Bij jou is vreugd en weelde,
Jij, teder meisje fijn,
Jij bent mijn zonneschijn.
Als ik bij jou kon zijn,
Geen leed zou mij dan treffen,
‘k Zou altijd vrolijk zijn!
[ ... ]
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2017 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) from Volkslieder (Folksongs) , appears in Des Knaben Wunderhorn
Go to the general single-text view
Translation of title "Minnelied" = "Minnelied"This text was added to the website: 2017-04-16
Line count: 16
Word count: 84
Auf Flügeln des Gesanges, Herzliebchen, trag ich dich fort, Fort nach den Fluren des Ganges, Dort weiß ich den schönsten Ort; Dort liegt ein rotblühender Garten Im stillen Mondenschein, Die Lotosblumen erwarten Ihr trautes Schwesterlein. Die Veilchen kichern und kosen, Und schaun nach den Sternen empor, Heimlich erzählen die Rosen Sich duftende Märchen ins Ohr. Es hüpfen herbei und lauschen Die frommen, klugen Gazelln, Und in der Ferne rauschen Des heilgen Stromes Well'n. Dort wollen wir niedersinken Unter dem Palmenbaum, Und Liebe und Ruhe trinken, Und träumen seligen Traum.
Text Authorship:
- by Heinrich Heine (1797 - 1856), no title, appears in Buch der Lieder, in Lyrisches Intermezzo, no. 9
See other settings of this text.
Op vleugels van gezangen, Mijn liefje, draag ik je voort, Weg naar de velden der Ganges; Daar weet ik het mooiste oord. Daar ligt een [rood]1 bloeiende lusthof In stille maneschijn, De lotusbloemen verwachten Hun lieve zusje klein. Viooltjes giech'len en babb'len En kijken naar 't sterrenlichtkoor, Heim'lijk vertellen de rozen Hen geurende sprookjes in 't oor. Daar komen aanhuppen en luist'ren Gazellen, braaf en heel wijs, En ver weg hoor je fluist'ren Het heilige2 golvengeruis. Daar willen wij zacht neerzinken Onder de palmen, loom, En liefde3 en rust indrinken En dromen 'n zalige droom.
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2014 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) by Heinrich Heine (1797 - 1856), no title, appears in Buch der Lieder, in Lyrisches Intermezzo, no. 9
Go to the general single-text view
View original text (without footnotes)1 Door Lachner weggelaten
2 Mendelssohn: heil'ge
3 Mendelssohn: liefd'
This text was added to the website: 2014-02-07
Line count: 20
Word count: 98
Es brechen im schallenden Reigen Die Frühlingsstimmen los, Sie können's nicht länger verschweigen, Die Wonne ist gar zu groß! Wohin, sie ahnen es selber kaum, Es rührt sie ein alter, ein süßer Traum! Die Knospen schwellen und glühen Und drängen sich an das Licht, Und warten in sehnendem Blühen, Daß liebende Hand sie bricht. Wohin, sie ahnen es selber kaum, Es rührt sie ein alter, ein süßer Traum! Und Frühlingsgeister, sie steigen Hinab in der Menschen Brust, Und regen da drinnen den Reigen Der ew'gen Jugendlust. Wohin, wir ahnen es selber kaum, Es rührt uns ein alter, ein süßer Traum!
Nu breken in dansen en zingen De lentestemmen uit, Zij kunnen zich niet meer bedwingen, De weelde kan niet gestuit! Waarheen, zij hebben ook zelf geen idee, Een oud heerlijk droombeeld, dat neemt hen mee!1 De knoppen zwellen en gloeien En dringen naar ‘t licht, verrukt, En wachten in hunkerend bloeien Tot lieflijke hand hen plukt. Waarheen, zij hebben ook zelf geen idee, Een oud heerlijk droombeeld, dat neemt hen mee! En lentegeesten ontstelen Het mensenhart zijn rust, En wekken daarbinnen het spelen Van eeuwig jonge lust. Waarheen, wij hebben ook zelf geen idee, Een oud heerlijk droombeeld, dat neemt ons mee.
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2016 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) by Karl Klingemann (1798 - 1862)
Go to the general single-text view
View original text (without footnotes)1 Bij Mendelssohn in de herhaling: een droombeeld, dat neemt hen/ons mee.
This text was added to the website: 2016-10-23
Line count: 18
Word count: 103
Ach, um deine feuchten Schwingen, West, wie sehr ich dich beneide: Denn du kannst ihm Kunde bringen Was ich in der Trennung leide! Die Bewegung deiner Flügel Weckt im Busen stilles Sehnen; Blumen, Augen, Wald und Hügel Stehn bei deinem Hauch in Thränen. Doch dein mildes sanftes Wehen Kühlt die wunden Augenlieder; Ach, für Leid müßt' ich vergehen, Hofft' ich nicht zu sehn ihn wieder. Eile denn zu meinem Lieben, Spreche sanft zu seinem Herzen; Doch vermeid' ihn zu betrüben Und verbirg ihm meine Schmerzen. Sag ihm, aber sag's bescheiden: Seine Liebe sey mein Leben, Freudiges Gefühl von beiden Wird mir seine Nähe geben.
Text Authorship:
- sometimes misattributed to Johann Wolfgang von Goethe (1749 - 1832)
- by Marianne von Willemer (1784 - 1860), title 1: "Suleika", title 2: "Westwind", written 1815, first published 1819
See other settings of this text.
Note: Marianne von Willemer's poem Westwind was published anonymously with the title Suleika as part of Goethe's West-östlicher Divan, Buch Suleika - Suleika Nameh, with a few textual revisions by Goethe.
Note: modernized spelling would change "Augenlieder" to "Augenlider", "sey" to "sei", and "Thränen" to "Tränen", etc.
Ach, je natte vleugelveren Moet 'k jou, westenwind, benijden; Want jij kunt hem informeren Hoe ik lijd, van hem gescheiden. De beweging van je vleugels Wekt in 't hart een stil verzuchten; Bloemen, weiden, bos en heuvels Staan in tranen bij jouw vluchten. Maar jouw milde, zachte strelen Is als zalf voor zere ogen; 't Leven zou 'k door smart verspelen, Zou 'k op hem niet hopen mogen. Wil dus naar mijn liefste zoeven En heel zacht zijn hart bewerken; Doch vermijd hem te bedroeven En laat hem mijn smart niet merken. Zeg hem, echter zeg 't bescheiden: Dat zijn liefde is mijn leven; 't Heerlijk voelen van die beide Zal mij zijn nabijheid geven.
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2007 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) misattributed to Johann Wolfgang von Goethe (1749 - 1832) and by Marianne von Willemer (1784 - 1860), title 1: "Suleika", title 2: "Westwind", written 1815, first published 1819
Go to the general single-text view
This text was added to the website: 2007-06-12
Line count: 20
Word count: 115
Ringsum erschallt in Wald und Flur Viel fernes Glockenklingen, Die Winde wehen heimlich nur, Und leis' die Vöglein singen. Und Orgelklang und Chorgesang Erbaulich zieht das Tal entlang. Wie bin ich so allein im Haus, In weiten, stillen Räumen! Zum Feste zogen alle aus, Hier kann ich heimlich träumen. Dort jauchzen sie in Lust und Scherz, Und mir wird weich und weh um's Herz. Horch! horch, was ertönt Schalmeienklang, Was zieht so froh in's Weite? Zur Kirche wallt mit hellem Sang Ein selig Brautgeleite. Und ich, ich bin so gar allein! Ach, Einer dürfte bei mir sein!
Rondom weerklinkt in bos en veld Van ver veel klokkenluiden, De wind komt heim’lijk aangesneld En zacht hoor ‘k vogelgeluiden. En orgelklank en zang in koor Trekt stichtelijk het dal nu door. Wat voel ik mij alleen in ‘t huis, Dit grote onderkomen! Naar ’t feest toe gingen allen uit, Ik kan hier stil slechts dromen. Ginds juichen zij met groot plezier, En ik kan enkel treuren hier. Hoor! Hoor, daar weerklinkt schalmeienklank, Wat gaat daarginds zo blijde? Ter kerke trekt met held’re zang Een heerlijk bruidsgeleide. Maar ik, ik ben zo erg alleen! Ach, was er één maar om mij heen!
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2017 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) by Karl Klingemann (1798 - 1862)
Go to the general single-text view
This text was added to the website: 2017-04-16
Line count: 18
Word count: 102
Der Herbstwind rüttelt die Bäume, Die Nacht ist feucht und kalt; Gehüllt im grauen Mantel Reite ich einsam im Wald. Und wie ich reite, so reiten Mir die Gedanken voraus; Sie tragen mich leicht und luftig Nach meiner Liebsten Haus. Die Hunde bellen, die Diener Erscheinen mit Kerzengeflirr; Die Wendeltreppe stürm' ich Hinauf mit Sporengeklirr. Im leuchtenden Teppichgemache, Da ist es so duftig und warm, Da harret meiner die Holde, Ich fliege in ihren Arm. Es säuselt der Wind in den Blättern, Es spricht der Eichenbaum: Was willst Du, törichter Reiter, Mit deinem törichten Traum?
Text Authorship:
- by Heinrich Heine (1797 - 1856), no title, appears in Buch der Lieder, in Lyrisches Intermezzo, no. 58
See other settings of this text.
De herfstwind rukt aan de bomen, De nacht is klam en koud; Gehuld in ‘n grauwe mantel Rijd ik1 eenzaam, eenzaam door ‘t woud. En als ik dan voortrij, dan rijden Reeds mijn gedachten vooruit; Zij voeren mij licht en luchtig Naar ‘t huis toe van mijn bruid. De honden blaffen, de knechten Verschijnen met brandende kaars; De wenteltrap op storm ik Met rink’lend spoor aan mijn laars. In ‘t schitt’rend boudoir met tapijten, Daar is het zo geurig en warm, Daar wacht op mij mijn beminde, Ik werp mij meteen in haar arm. Gesuizel van wind in de blaad’ren, Daar spreekt de eikenboom: “Wat wil je, onwijze ruiter, Toch met je onwijze droom?”
Text Authorship:
- Singable translation from German (Deutsch) to Dutch (Nederlands) copyright © 2014 by Lau Kanen, (re)printed on this website with kind permission. To reprint and distribute this author's work for concert programs, CD booklets, etc., please ask the copyright-holder(s) directly.
Lau Kanen.  Contact: boudewijnkanen (AT) gmail (DOT) com
If the copyright-holder(s) are unreachable for three business days, please write to: licenses@email.lieder.example.net
Based on:
- a text in German (Deutsch) by Heinrich Heine (1797 - 1856), no title, appears in Buch der Lieder, in Lyrisches Intermezzo, no. 58
Go to the general single-text view
View original text (without footnotes)1 Rijd ik: bij Felix Mendelssohn beide woorden te zingen op een gepunteerde kwart.
Title "Reiselied" = "Reislied"
This text was added to the website: 2014-10-24
Line count: 20
Word count: 115