Zeven liederen uit de Hovenier

Song Cycle by Berthe Geuer (1888 - 1974)

Word count: 601

1. Dag aan dag komt hij en gaat weer heen [sung text not yet checked]

Dag aan dag komt hij, en gaat weer heen.
Ga, mijn vriend, en geef hem een bloem uit mijn haar.
Als hij vraagt wie haar zond,
zeg hem dan mijn naam niet, bid ik je --
want hij komt maar, en gaat weer heen.

Hij zit op het stof onder den boom.
Spreid hem daar een zitplaats met bloemen en bladen, mijn vriend.
Zijn oogen zijn droef, en zij brengen droefheid in mijn hart.
Hij zegt niet wat er in hem omgaat;
hij komt maar, en gaat weer heen.

Authorship

Based onBased on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

2. Nutteloze liederen [sung text not yet checked]

Oover de groen-en-geele rijstvelden 
slieren de schaduwen van de herfstwolken,
gevolgd door de snel-jagende zonneschijn.
De bijen vergeeten hun hoonig te nippen;
verdwaasd zweeven en zoemen ze, dronken van licht.
De eenden, op de eilanden in de rivier, 
tieren van plezier om louter niets.
Laat niemand naar huis teruggaan deezen morgen,
broeders, laat niemand aan 't werk gaan.
Laat ons den blaauwen heemel stormender hand neemen,
en de ruimte plunderen bij 't loopen.
Lachen drijft in de lucht, als schuim op den vloed.
Broeders, laat ons onzen morgen verspillen in nuttelooze liederen.

Authorship

Based onBased on

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

3. Het muskushert [sung text not yet checked]

Ik ren als het muskus-hert rent
in de schaduw van het woud,
dol door zijn eigen geur.
De nacht is midden-Mei-nacht,
de wind is Zuide-wind.
Ik raak van mijn pad af en ik ga dwalen,
ik zoek wat ik niet krijgen kan, 
ik krijg wat ik niet zoek.

Het beeld van mijn eigen begeerte 
komt uit mijn hart en danst.
Het stralend vizioen vliedt heen.
Ik tracht het vast te grijpen, 
het ontwijkt me en leidt me van mijn weg af.
Ik zoek wat ik niet krijgen kan, 
ik krijg wat ik niet zoek.

Authorship

Based onBased on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

4. Als je het wilt zal ik ophouden te zingen [sung text not yet checked]

Als je het wilt
 zal ik ophouden te zingen.
Als het je hart verontrust,
 zal ik mijn blikken wegwenden van je gezicht.
Als je er van opschrikt op je wandeling,
 zal ik op zij gaan en een anderen weg kiezen.
Als het je stoort in het bloemen vlechten,
 zal ik je eenzamen hof vermijden.
Als het 't water woest maakt en wild,
 zal ik mijn boot niet langs je oever roeyen.

Authorship

Based onBased on

Go to the single-text view

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

5. Wensch den vertrekkenden gasten wel thuis [sung text not yet checked]

Wensch den vertrekkenden gasten wel thuis,
en wisch de spooren van hun schreeden weg.
Neem tot uw hart, met een glimlach,
wat ligt is en eenvoudig en nabij.
Vandaag is het feest der schimmen, 
die niet weeten wanneer zij sterven.
Laat uw lach een wufte blijheid zijn 
als lichtgetwinkel op golfjes.
Laat uw leeven luchtig dansen op de kant van den Tijd,
als daauw op de punt van een blad.
Sla in akkoorden van uw harp, grillige, vliedende ritmen.

Authorship

Based onBased on

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

6. Waarom doofde de lamp [sung text not yet checked]

Waarom doofde de lamp?
Ik hield er mijn mantel vóór, om haar voor de wind te beschutten.
Daarom doofde de lamp.

Waarom welkte de bloem?
Ik drukte haar aan mijn hart in angstige liefde.
Daarom welkte de bloem.

Waarom verdroogde de stroom?
Ik legde er een dam door, om hem nuttig voor mijn gebruik te maken,
daarom droogde de stroom.

Waarom brak de harp-snaar?
Ik trachtte haar een toon te ontwringen, die booven haar macht was,
daarom is de harp-snaar gebrooken.

Authorship

Based onBased on

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]

7. Het gouden hert [sung text not yet checked]

Ik jaag het gouden hert.
Lacht vrij, mijn vrienden, 
maar ik volg het vizioen dat mij ontwijkt.
Ik doorkruis heuvelen en dalen,
ik zwerf door landen zonder naam,
omdat ik het gouden hert jaag.
Gij komt ter markt en koopt,
en keert huiswaarts beladen met waren, --
maar de winden zonder te-huis hebben mij geraakt 
met hun toover, ik weet niet waar, noch wanneer.
Ik draag geen zorg in mijn hart; 
al het mijne liet ik verre achter mij.
Ik doorkruis heuvelen en dalen,
ik zwerf door landen zonder naam -
want ik jaag het gouden hert.

Authorship

Based onBased on

Researcher for this text: Emily Ezust [Administrator]